Een samenwerkingsovereenkomst is een overeenkomst (contract) waarbij twee of meer partijen hun afspraken over samenwerking vastleggen. Dat kunnen bijvoorbeeld afspraken zijn over de verdeling van de winst of over de taakverdeling. 

In een samenwerkingsovereenkomst dus kunnen allerlei afspraken worden vastgelegd over  het doel en de wijze van een samenwerking, de duur van de samenwerking, de bevoegdheden en de verplichtingen van de partijen, de door partijen te leveren prestaties, de daarbij te verkrijgen vergoedingen en de wijze van de beëindiging van de samenwerking.

De belangrijkste punten van de samenwerkingsovereenkomst zijn met name de bepalingen over de looptijd van de overeenkomst, de verschillende vergoedingen en de mogelijkheid van en termijnen voor de opzegging. De inhoud van de samenwerkingsovereenkomst verschilt dus van geval tot geval. Het opstellen van een samenwerkingsovereenkomsten is dan ook maatwerk

 

Opzegging van de samenwerkingsovereenkomst

Overeenkomsten die op samenwerking zijn gericht kunnen in het algemeen door opzegging worden beëindigd. Wanneer de wederpartij echter een bijzonder belang heeft bij voortzetting van de overeenkomst of bij de op samenwerking gerichte overeenkomst een blijvende samenwerking mocht verwachten, kan ook bij zulke in beginsel opzegbare overeenkomsten alleen worden opgezegd bij een zwaarwegende reden of zwaarwegend belang of bij onvoorziene omstandigheden in de zin van artikel 6:258 lid 1 BW. Opzegging van een samenwerkingsovereenkomst is dus mogelijk, ook als sprake is van een langdurige bestendige samenwerking. Onder omstandigheden brengen de eisen van redelijkheid en billijkheid echter met zich mee dat daarbij een redelijke opzegtermijn in acht dient te worden genomen. 

 

Opzegging van samenwerkingsovereenkomsten voor bepaalde tijd

Duurovereenkomsten/ samenwerkingsovereenkomsten voor bepaalde tijd kunnen in beginsel niet tussentijds worden opgezegd tenzij sprake is van onvoorziene omstandigheden in de zin van art. 6:258 lid 1 BW. Tussentijdse ontbinding wegens wanprestatie is overigens wel mogelijk.

 

Opzegging samenwerkingsovereenkomsten voor onbepaalde tijd

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad inzake de opzegging van voor onbepaalde tijd aangegane duurovereenkomsten/ samenwerkingsovereenkomsten blijkt het volgende. Er bestaat geen algemene regel dat zulke overeenkomsten steeds rechtsgeldig en zonder grond kunnen worden opgezegd. Wel kan bij duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd onder omstandigheden een bevoegdheid tot opzegging worden gebaseerd op de redelijkheid en billijkheid.

Bij de beantwoording van de vraag of in een gegeven geval de redelijkheid en billijkheid een opzegbevoegdheid meebrengen kunnen alle omstandigheden van het geval een rol spelen. De aard van de overeenkomst speelt daarbij eveneens een grote rol. Zo kan uit de aard van de samenwerkingsovereenkomst voortvloeien dat deze alleen kan worden opgezegd wegens een voldoende zwaarwegende grond. 

 

Schadevergoeding bij opzegging samenwerkingsovereenkomst

Meestal zal opzegging alleen mogelijk zijn met inachtneming van een redelijke opzegtermijn. Daarbij kan onder omstandigheden uit de redelijkheid en billijkheid een verplichting tot schadevergoeding voortvloeien, bijvoorbeeld omdat de wederpartij met het oog op het voortduren van de overeenkomst investeringen heeft gedaan die onvoldoende worden gecompenseerd door, of onvoldoende zijn verdisconteerd in de opzegtermijn. Afhankelijk van de omstandigheden kan echter ook beëindiging zonder inachtneming van een opzegtermijn gerechtvaardigd zijn.

Wanneer een samenwerking door opzegging eindigt zal dat in het algemeen tot schade leiden. Een opzegtermijn kan de schade die de opgezegde partij door de opzegging lijdt aanmerkelijk verminderen, omdat de opgezegde partij de tijd wordt gegund om maatregelen te bedenken en aanpassingen te realiseren. Een recht op aanvullende schadevergoeding kan bestaan indien een verhoudingsgewijs lange opzegtermijn niet voldoende is om aan de gerechtvaardigde belangen van de opgezegde partij tegemoet te komen.

Een dergelijke situatie kan zich voordoen, indien de opgezegde partij in de gerechtvaardigde verwachting verkeerde dat de overeenkomst (de samenwerking) zou voortduren en mogelijk derhalve een omvangrijke investering heeft gedaan die hij nog geheel niet heeft kunnen terugverdienen. (Hoge Raad, 3 december 1999, NJ 2000, 120 (Maison Latour/De Bruijn) en Hoge Raad, 28 oktober 2011, JOR 2012, 240). 

 

Creative Commons-Licentie
Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel 4.0 Internationaal-licentie.

Alles over: samenwerkingsovereenkomst

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.